31 maart 2016, door Michael Schilling

Het Physical Web: meer interactie tussen machine en mens

We willen bij Move4Mobile continu op de hoogte blijven van de laatste technologische ontwikkelingen. Ik reis daarom ten minste één keer per jaar af naar Silicon Valley om uit eerste hand te horen wat de ontwikkelaars daar bezighoudt. Daar horen we wat we kunnen verwachten voor de komende jaren. Toen ik afgelopen november Chrome Dev Summit, de developersconferentie van Google, bezocht, werd ik niet teleurgesteld. Meer en meer werd bekend over de laatste ontwikkeling: het Physical Web.

De allereerste keer dat Google, de bedenker van deze term en het gedachtengoed erachter, het Physical Web introduceerde was het april 2015. Het is een internet waarop slimme, fysieke objecten (vandaar ‘Physical’) informatie gaan uitzenden. Het valt daarom in de categorie ‘Internet of Things’. Je hebt daarvoor twee dingen nodig: een Bluetooth Low Energy (BLE) beacon die Eddystone-URL’s uitzendt en software om deze URL op verzoek te ontvangen (bijvoorbeeld een app).

In een korte introductievideo, legt Scott Jenson (Google, @scottjenson) uit wat het Physical Web is. Hij is één van de grote initiatiefnemers van dit project:

Het Cookbook

Er werd een Cookbook, een document met alles wat je kunt met deze ontwikkeling, opgesteld. De Physical Web App, een open source app die is ontwikkeld bij Google, fungeert als physical web scanner en geeft alle beacons weer die in de buurt informatie uitsturen. Interactie en ontdekking staan daarbij voor Google centraal. Voor ons een mooie ontwikkeling, want Google wil het niet voor zichzelf houden. Het is allemaal open source en de URL’s waarmee wordt gewerkt zijn van iedereen. Als ontwikkelaar kan ik hier enthousiast van worden: we kunnen weer veel mooie nieuwe ervaringen creëren.

Je kunt veel toepassingen bedenken. Bijvoorbeeld een statische beacon bij een snoepautomaat. De gebruiker kan met zijn mobiel zijn omgeving verkennen en zoeken naar beacons in de buurt. Hij ziet de automaat en krijgt direct trek in een Snickers of Mars. Nu kan hij die met het Physical Web via zijn browser betalen én de reep uit het automaat halen. Voor grotere ruimtes, zoals beurzen of winkelcentra, kunnen meerdere beacons worden geplaatst. Dat is bijvoorbeeld handig voor een interactieve kaart: de gebruiker weet precies waar hij is en krijgt specifieke informatie op maat.

Een beacon die meereist

Google gaat verder dan statische beacons alleen. Een beacon kan bijvoorbeeld mee reizen met een auto die te koop staat. De potentiële koper die de auto geparkeerd ziet staan, kan via de app alle benodigde informatie vinden. Maar het werkt ook bij een hond: die kan een beacon bij zich dragen en op het moment dat hij vermist wordt, hoeft de eigenaar alleen maar de informatie achter de URL aan te passen, zodat mensen die de hond vinden, weten dat de hond vermist is en wie de eigenaar is.

Het wordt pas echt interactief als een actieve webserver wordt ingezet, waarbij realtime informatie wordt gedeeld en input direct wordt verwerkt. Denk bijvoorbeeld aan een tafeltje bij een populair restaurant waar je niet voor gereserveerd hebt. Door de app kan je in de digitale rij gaan staan en krijg je een notificatie zodra het tafeltje beschikbaar komt. Je kunt één URL per gebruiker aanmaken, bijvoorbeeld voor een parkeermeter, maar je kan ook meerdere personen met één URL laten interacteren om ze bijvoorbeeld te laten stemmen tijdens een seminar.

iBeacon versus het Physical Web

De uniforme app die alle signalen in de buurt opvangt, maakt het Physical Web van Google anders dan de iBeacon van Apple. Bij iBeacon moet er per beacon een dedicated app worden ontwikkeld. Dat maakt het voor bedrijven een dure investering. Met het Physical Web hoef je als bedrijf alleen te investeren in een BLE-beacon, waarmee je de URL’s uitzendt. Nog een groot verschil, maar dan voor consumenten: iBeacon werkt met pushnotificaties, terwijl het Physical Web draait om het vinden en ontdekken van informatie, op verzoek. Het is dus een pullactiviteit.

Aan de achterkant is Google aan de slag om ervoor te zorgen dat onveilige links en duplicaten worden geblokkeerd of verwijderd. Gebruikers zien dan dus niet tien dezelfde URL’s als ze over een beurs lopen. De rest ligt in de handen van de bedrijven die met deze beacons gaan werken, zij houden namelijk zelf controle over het type beacon dat ze willen instellen, de URL’s en de getoonde informatie. Het geeft ontwikkelaars zoals wij ook de vrijheid om te experimenteren met het Physical Web, omdat dat open source is.

Toch push?

Ondanks dat het Physical Web niet primair werkt met pushnotificaties, zijn ontwikkelaars daar wel mee bezig. Niet om iedereen lukraak aanbiedingen te laten versturen en ontvangen, maar om notificaties waar de gebruiker echt wat aan heeft door te laten komen. Bijvoorbeeld een melding dat je parkeertijd bijna om is. Of in geval van het restaurant: het is maar wat handig dat je een berichtje krijgt wanneer je eindelijk kan eten.

Het eerste contact moet overigens wel gelegd zijn door de gebruiker. Als hij of zij een pushnotificatie wil, dan wordt het pas opgezet. Om pushnotificaties in je web apps op te nemen, heb je de Push API en Notification API nodig, twee API specificaties die door W3C worden beheerd.

Progressive Web Apps en Web Bluetooth

Een belangrijke nieuwe ontwikkeling waar Google aan werkt, is de zogenoemde Progressive Web App. Dit zijn apps die over moderne webfunctionaliteiten beschikken waardoor ze de beste gebruikerservaring kunnen bieden. Deze app wordt geladen in de browser met de belangrijkste functionaliteiten van de native apps zoals je die nu kent. Het grote voordeel van deze nieuwe generatie web apps, is dat apps ook offline kunnen werken. Dat is bijvoorbeeld handig voor drukke locaties waar het moeilijk is om verbinding te maken met internet.

De tweede grote ontwikkeling waar Mozilla, Google en andere browserontwikkelaars aan werken, is Web Bluetooth, communiceren via bluetooth vanuit de browser. Hierdoor heb je in de toekomst geen aparte applicatie meer nodig om met bijvoorbeeld beacons te communiceren. Je kunt met je browser de beacons in de buurt vinden en direct de bijbehorende informatie opvragen.

Het Physical Web geeft ons veel kansen om uit te proberen hoe we apparaten in onze omgeving smart kunnen maken. Stel, je werkt in een nieuw gebouw, waar is dan het dichtstbijzijnde koffiezetapparaat? Of tijdens Koningsdag ontdekken wat er in je buurt gebeurt, zodat je altijd bij het juiste podium of bar staat. Genoeg kansen en wij nemen al de eerste stappen om uit te proberen hoe dat nu daadwerkelijk werkt. 

Wat wij doen met het Physical Web

Bij ons kantoor in Gramsbergen zijn een tweetal stagiairs aan de slag om ons koffiezetapparaat slim te maken. Ze ontwikkelen een toepassing waarmee je informatie kunt opvragen over de staat van de koffie: zit er nog genoeg in de kan? Hoe lang geleden is het gezet? In deze typische Internet of Things (IoT) opdracht is het de uitdaging om een simpele opstelling te ontwerpen: om met zo min mogelijk sensoren de status van (in principe) ieder traditioneel koffiezetapparaat te kunnen meten.

Als aanvulling op deze toepassing ontwikkelen wij Pleur, een Progressive Web App die je een notificatie kan sturen wanneer er weer verse koffie is gezet. Op deze manier loop je nooit meer voor niks naar de kantine. Uiteraard kan je deze app in onze kantine vinden door de Physical Web App te gebruiken om de beacons in de buurt te vinden.

Foto

Het parkeerterrein van ons kantoor in Zwolle is voorzien van een slagboom, die we steeds eenvoudiger kunnen bedienen. Staat er een klant voor de slagboom te wachten, dan kunnen wij de slagboom nu openen door ‘slagboom open’ in onze samenwerkingstool Slack te typen. Om nog een stapje verder te gaan, ontwikkelen wij speciaal voor onze bezoekers en klanten de app Simsim.

Met de SimSim app (een Progressive Web App) kunnen medewerkers of klanten binnenkort zelf de slagboom openen, mits ze een geldige toegangscode hebben. Deze code zal bestaan uit een reeks Emoji-symbolen. Door bij de slagboom een EddyStone beacon te plaatsen, kunnen onze bezoekers zelf ervaren hoe eenvoudig het is om met het Physical Web te werken. En het geeft ons de kans om te experimenteren met deze spannende nieuwe technologie.

Foto

Beide toepassingen zijn ideaal om de kracht van het Physical Web en Progressive Web Apps te laten zien. Overigens zie ik de Progressive Web App niet als een vervanging van native apps (zoals Android en iOS) maar als aanvulling, vooral wanneer er slechts éénmalig interactie zal plaatsvinden tussen de gebruiker en het apparaat.

Wil je meer weten over het Physical Web of hoe wij je verder kunnen helpen? Neem dan contact op met: Michael Schilling, mschilling@move4mobile.com.